Eindexamen tips: 10 fouten die je nu kunt voorkomen
10 fouten die leerlingen maken bij het eindexamen — en hoe je ze voorkomt. Orthopedagoog Sanne de Vries geeft concrete eindexamen tips voor HAVO en VWO.
Educational Psychologist & CITO Specialist
Gepubliceerd 31 mei 2026 · Bijgewerkt 31 mei 2026
Joris was een VWO-leerling die ik drie jaar geleden begeleidde op de school waar ik als orthopedagoog werkte. Slim, gemotiveerd, prima cijfers op zijn schooltaken. Maar in april, drie weken voor zijn eerste centraal examen, zat hij tegenover me met een stapel aantekeningen die hij niet meer begreep. "Ik heb dit toch geleerd," zei hij, meer tegen zichzelf dan tegen mij.
Hij had het gelezen. Gelezen is niet hetzelfde als geleerd.
In acht jaar als orthopedagoog op een VMBO-T/HAVO-school in Utrecht heb ik honderden leerlingen in aanloop naar hun eindexamen meegemaakt. De fouten die ze maakten, waren zelden uniek. Ze kwamen steeds terug — bij de drukke planners, bij de stille werkers, bij de leerlingen die écht hun best deden maar het met de verkeerde aanpak probeerden.
Hieronder de tien fouten die ik het vaakst zie. Niet als verwijt, maar als kaart: als je weet waar de valkuilen liggen, kun je er omheen.
De beste eindexamen tips in het kort: de meeste fouten in de voorbereiding zijn geen kwestie van te weinig werken, maar van hoe je werkt. Passief herlezen, te laat starten, slaaptekort in de examenweek — ze voelen vertrouwd maar kosten punten. Wie overstapt op actief ophalen en gespreid studeren, haalt meer uit dezelfde uren.
Fouten in de planning
Fout 1: te laat beginnen.
Twee weken voor het centraal examen beginnen is te laat voor vakken als wiskunde of biologie, waar begrip boven reproductie gaat. Vier tot zes weken is een realistisch minimum voor een solide eindexamen voorbereiding. Bij twijfel: begin eerder. Je kunt altijd gas terugnemen; inhalen is veel moeilijker.
Fout 2: werken zonder schema.
"Ik leer gewoon elke dag wat" klinkt flexibel, maar zonder planning betekent het bijna altijd dat favoriete vakken te veel aandacht krijgen en moeilijke vakken te weinig. Een goed schema begint met een eerlijk overzicht: welke vakken lopen goed, welke niet, en hoeveel tijd is er beschikbaar tot het examen? Maak dat overzicht op papier, niet in je hoofd.
Fout 3: alles in één sessie willen doorwerken.
Een blok van vier uur scheikunde voelt productief aan. Het is dat niet. Hermann Ebbinghaus documenteerde al in 1885 in Über das Gedächtnis dat materiaal zonder herhaling snel uit het actieve geheugen verdwijnt — en dat gespreide herhaling dit aanzienlijk verbetert. Kortere sessies over meerdere dagen werken nagenoeg altijd beter dan maratonzittingen.
Fouten in de studiemethode
Fout 4: herlezen als hoofdstrategie.
Dit is de meest gemaakte fout, en de lastigste om op te geven — want herlezen voelt vertrouwd en geeft een gevoel van controle. Maar lezen is passief. Henry Roediger en Jeffrey Karpicke toonden in een klassieker uit de cognitieve psychologie aan dat actief ophalen — de stof proberen te reproduceren zonder de tekst te bekijken — de retentie aanzienlijk verbetert ten opzichte van herlezen (Roediger & Karpicke, Psychological Science, 2006).
In de praktijk: maak je samenvatting dicht, neem een leeg vel papier, en schrijf op wat je nog weet. Wat je niet kunt opschrijven, weet je niet. Dat is de test.
Fout 5: samenvattingen kopiëren van anderen.
Samenvatten op zich is nuttig — het dwingt je na te denken over wat belangrijk is. Maar iemand anders zijn samenvatting lezen is opnieuw passief. Maak je eigen samenvatting. Als je de woorden van een ander kopieert, geef je je brein geen werk te doen.
Fout 6: alleen kennis leren, geen oefentoetsen maken.
Kennis weten is niet hetzelfde als die kennis kunnen gebruiken op een examenvraag. Het eindexamen stelt vragen in een specifieke vorm — met een context die je van tevoren niet kent. Oud examenmateriaal oefenen is de enige manier om daar vertrouwd mee te raken. Via EduBoost examentraining online kun je gericht oefenen per vak en per niveau, inclusief tijdsdruk — precies wat het centraal examen van je vraagt.
Een moeder belde me een week voor het centraal examen van haar dochter. "Ze weet alles maar ze haalt het niet uit haar hoofd als ze de toets ziet." Dat is precies dit: genoeg kennis, maar te weinig oefening met het type vraag. We hebben drie avonden lang oud examens gemaakt. Het hielp.
Fouten in de week van het examen
Fout 7: de nacht voor het examen doorwerken.
Als orthopedagoog zeg ik dit niet als bangmakerij: na een nacht van minder dan zes uur slaap werken concentratie en werkgeheugen aantoonbaar slechter. Dat zie ik bij elke examenperiode terug. Leerlingen die moe de zaal inkomen, maken fouten op vragen die ze bij een normale slaap foutloos hadden gemaakt. Slaap is het enige nul-kosten instrument met consistent positief effect — gebruik het.
Fout 8: alle vakken tot de avond voor het examen blijven herhalen.
Op de dag vóór het examen: maximaal één uur lichte herhaling, dan stoppen. Je leert op dat punt geen nieuwe dingen meer; je haalt hoogstens het bestaande op. De avond is voor rust, beweging en een normale maaltijd. Dat klinkt simpel, maar ik zie leerlingen hier telkens mee worstelen.
Fout 9: niet om hulp vragen.
Dit patroon zie ik het vaakst bij gemotiveerde leerlingen die hun problemen niet willen erkennen. Er is een verschil tussen een inhoudelijk probleem ("ik begrijp dit hoofdstuk niet") en een planning- of angstprobleem. Beide zijn oplosbaar — maar alleen als je ze bespreekbaar maakt. Docenten, mentors en begeleiders kunnen niet helpen met wat ze niet weten.
Fout 10: de schoolexamens onderschatten
Het eindexamen bestaat voor een flink deel uit het schoolexamen — cijfers die je al tijdens het schooljaar hebt opgebouwd. Leerlingen die in april inzakken na een jaar van voldoendes denken soms dat ze het met het centraal examen kunnen rechttrekken. Soms klopt dat. Maar het is een risicostrategie.
Bij HAVO en VWO bepaalt het schoolexamencijfer doorgaans 50% van het eindcijfer. Wie zijn HAVO-examen voorbereiding of VWO-voorbereiding serieus neemt, begint niet in april. Die begint in september.
Wat echt werkt
Als ik één ding zou mogen meegeven aan elke leerling die nu aan zijn eindexamen werkt: doe het anders dan de meeste klasgenoten. De meeste klasgenoten herlezen en hopen. Neem een gids over effectieve leermethodes ter hand, kies één aanpak, en doe die consequent.
Joris, de leerling waarmee ik begon, haalde zijn eindexamen. Niet glansrijk, maar hij haalde het. In de drie weken die we hadden, deden we één ding anders: we stopten met lezen en begonnen met vragen beantwoorden. Dat was genoeg.